Crater Lake
🚐 3306 km 📍 La Pine, Oregon, VS

Vandaag gingen we naar Crater Lake op aanraden van de Oregoniër, Oregoni, Oregoner (?), Oregonian ✅ die we een paar dagen eerder op het maanlandschap tegenkwamen.
Dit meer is ontstaan door een voormalige vulkaan die zichzelf 7700 jaar geleden 1300 meter kleiner maakte door zijn bovenkant eraf te blazen en vervolgens in te storten. Er stroomt geen rivier in het meer; het water is puur regen- en smeltwater. Het meer is daardoor extreem helder en blauw: de Secchi-diepte (helderheid van het water) is boven de 30 meter, 40 meter op een goede dag. Er is ooit 44 meter zicht onderwater gemeten - een wereldrecord.
Bij de parkingang vroeg de ranger of we sneeuwkettingen bij ons hadden. Dat hadden we niet. Hadden we dan winterbanden? Dat wisten we niet. Er bleek boven bij de rand van de krater sneeuw en ijs op de weg te liggen. Ze liet ons door, maar op eigen risico.
Even later stopten we en zagen dat we all-season banden hadden. Het was best warm en zonnig, we besloten te kijken hoe de omstandigheden zich ontwikkelden naarmate we hoger kwamen.
Tijdens het omhoog rijden veranderde het groene bos langzaam in een wit winterlandschap, wat we niet hadden verwacht tegen te komen deze reis. Er was een behoorlijk pak sneeuw gevallen afgelopen nacht. De weg was op de meeste plekken door sneeuwschuivers en de felle zon weer sneeuwvrij gemaakt. Alleen op enkele schaduwplekken lag er nog wat sneeuw op de weg.

Eenmaal boven was het een bijzonder gezicht. We keken over de besneeuwde kraterrand met het blauwe meer in het midden. De blauwheid van het water viel een beetje tegen, waarschijnlijk door te veel windgolven, maar de sneeuw maakte het meer dan goed. Op de bomen zat een flinke hoeveelheid rijp, helemaal schuin door de harde wind.



We raakten aan de praat met een stel dat net als wij met sneeuwballen een lawine op de kraterrand onder ons probeerde te veroorzaken. Zonder succes. Het waren Oregonians en ze gaven ons graag een paar tips. Een daarvan was een leuk stadje in de buurt: Bend. Aanvankelijk waren we sceptisch; de meeste steden zijn hier niet zo leuk als toerist, maar na wat onderzoek leek het inderdaad gezellig.
Waar we zelf geen sneeuwlawine konden veroorzaken, produceerde de krater zelf nog wel een steenlawine. Het was wat ver weg, maar zag er spectaculair uit. Helemaal afgeleid door de show, herinnerden we ons pas na afloop dat Ies een verrekijker in haar hand had.
Onderweg stopten we een aantal keer bij uitzichtpunten rond de krater.


Tijdens het rijden zagen we ook deze netjes gestapelde houtpiramides. Zou dit te maken hebben met de gecontroleerde bosbranden?

Even verderop zagen we een aantal rangers hopen in brand steken en de brandjes monitoren.

In het park kon je ook je fles vullen met lokaal bronwater; dat klonk goed, want het normale kraanwater smaakt hier vaak naar leiding. We vulden de lege plastic flessen en bidons.
We probeerden ook de camper met dit zelfde water te vullen omdat onze tank bijna leeg was en we onderweg nog geen kranen hadden gezien. Deze kraan had geen aansluiting voor onze slang, dus we gebruikten onze handen om een adapter te maken. Dit ging niet heel makkelijk en ook niet snel. Het werd op den duur erg koud aan je handen. We gaven het op nadat onze watertank van 1/3 naar 2/3 vol was gegaan.
We reden het park weer uit richting het noorden en deden een wasje bij een wasserette. Vervolgens reden we naar een betaalde camping met aansluitingen en dumpmogelijkheid. Ons tankdashboard geeft nog steeds wisselende signalen, maar de grijze tank zat zeker vol. Het water was namelijk een beetje omhoog gekomen in de douchecabine. We waren alweer vier nachten aan het boondocken; dat blijkt dus ongeveer onze limiet te zijn.