Meer grote bomen
🚐 4875 km 📍 Caspar, Californië, VS

Toen we wakker werden, was het mooi weer. Helaas veranderde dat even later weer in mist. We reden later die ochtend wederom door de mist langs de kust.
Vanwege de mist maakten we geen stops onderweg, maar reden direct door naar Humboldt Redwoods State Park. Dit park heeft, net als het park waar we gisteren waren, veel grote Redwood bomen. Er zijn hiervan meerdere langs de kust van Californië.
We maakten twee korte wandelingen door het bos. De bomen zijn imposant om te zien, maar vanaf de grond is niet te zien of je voor een boom staat die 70 of 100 meter hoog is.

Tall Tree. De namen van de bomen zijn niet heel origineel.
De grond onder de bomen ligt bezaaid met kleine takjes die van de bomen zijn afgevallen. De takjes kleuren de paden en de kanten van de wegen rood. Verder groeien er op de grond veel varens en klaver.
De kleuren waren niet echt goed op de foto te krijgen. In het echt was het anders en mooier.
Ook liggen er veel omgevallen bomen. Soms liggen ze over het pad en zijn ze doorgezaagd. Je krijgt dan echt een idee hoe groot, dik en oud deze bomen zijn.

Een enkele boom is aangetast door een bosbrand, maar dit overleven ze meestal door hun dikke schors die tot wel 30 cm dik kan worden.
De Redwoods kunnen zo groot worden dankzij het unieke klimaat aan de westkust van Noord-Californië. De mist die we hier regelmatig zien speelt hierin een belangrijke rol. Het zorgt voor 40% van het water dat de bomen opnemen.
De wegen door het park zijn ook mooi om op te rijden. Ze krioelen langs de bomen, waardoor de weg soms erg smal is.

Tijdens een van de wandelingen moesten we een riviertje oversteken. Het water stond niet heel hoog, maar er was geen weg doorheen zonder natte voeten te krijgen. We besloten een bruggetje te bouwen van grote stenen die we in de omgeving vonden. Even waren we weer helemaal kind 👶.

Op de terugweg moesten we weer over het beekje, maar toen lag er een omgevallen Redwood over die nu dienst deed als brug.

Na de grote bomen reden we verder naar het zuiden en richting de kust. Onderweg spotten we een auto met een Hawaiiaans kenteken en even later die van Alaska.
We besloten het kentekenspel te spelen, waarbij je moet proberen zoveel mogelijk kentekenplaten van staten te spotten. De moeilijkste, Hawaï, hadden we tenslotte al. De teller staat nu op 13, waarbij we ook degenen hebben meegeteld die we eerder op onze reis hebben gezien.
We kwamen onderweg door het stadje Eureka. Het was een typisch Amerikaans stadje, waarbij iedereen zich per auto vervoert. Het merendeel van de mensen die je op straat ziet lopen of fietsen zijn daklozen.
Tegen de tijd dat we de kust hadden bereikt, was het ook tijd om een campingplek te zoeken. We zagen gelijk een paar basis- en misschien zelfs gratis plekken, maar we wilden nog iets verder doorrijden. Als we hier al zoveel tegenkwamen, dan zou er straks ook nog wel genoeg zijn.
Dat kwam er niet.
Er waren verderop alleen maar betaalde kampeerplaatsen die of vol zaten of we vonden ze te duur. Het leek ons ook niets om hier ergens op een parkeerplaats te overnachten.
We vonden uiteindelijk een plek in Caspar, een stadje 300 km ten noorden van San Francisco. Voor $44 hadden we een plek met water, elektra en er zijn douches plus we kunnen morgen dumpen.
Hoe het er hier uitziet weten we nog niet, het was al donker toen we aankwamen.