Portland
π 3843 km π Henry Rierson Spruce Run Campground, Oregon, VS

Vandaag hadden we weer een stadstour in het vooruitzicht, met deze keer Portland. Portland is een progressieve en fietsvriendelijke stad met lekker eten. Het motto is "Keep Portland weird." We waren benieuwd.
Toen we Portland naderden via de snelweg, werd het rijden een uitdaging. Het was vrij druk op de weg, en er waren constant afslagen en "forks" waardoor we van baan moesten wisselen. Af en toe waren er zelfs wegen boven elkaar. We waren niet de enigen die het lastig vonden; regelmatig zagen we voor ons een auto opeens een aantal banen naar links of rechts schieten.
Bij het zoeken naar een parkeerplaats had Ies veel verhalen gelezen over inbraken. We besloten daarom bij een zeer toeristische locatie met een metrostation buiten de stad te parkeren: de dierentuin.
Om in het metrostation te komen, moesten we met de lift naar beneden. Het was echter totaal onduidelijk waar de liftknop zat. Na 10 minuten rondlopen en een aantal mensen te hebben gevraagd, vroegen we het aan mensen die zojuist uit de lift kwamen. Het bleek dat het knopje op het brandalarmpaneel zat met allerlei noodgevalknoppen eromheen. Je moest het maar net weten.
Onze eerste stop was Pioneer Courthouse Square, een soort plein met een amfitheater. Er stond een lange rij voor een foodtruck die gebakken ei verkocht. Blijkbaar was het heel speciaal. Wij besloten door te lopen.
Ro werd een beetje depressief van alle daklozen en drugsverslaafden op straat. Het was ook nog eens zondag, en er waren relatief weinig andere mensen op straat. Wellicht maakte dat het nog erger.
We zagen tentenkampen op straat en op stukjes gras, mensen die met een crackpijp op de stoep lagen te spacen en iemand met allemaal nare wonden op zijn been en bloed op zijn hoofd. De meeste deden ons gelukkig niets.
We liepen langs een aantal toeristische stops, waaronder de grootste onafhankelijke boekwinkel ter wereld (Powell's City of Books), de "Keep Portland weird" schildering met tegenover een populair donutzaakje, Voodoo Doughnut, en de grote stalen dubbeldeksbrug.



Er waren inderdaad best veel fietspaden.
Toen we vervolgens op de metro stonden te wachten, zagen we aan de overkant van de straat iemand met wat leek op een roestig kapmes in het rond zwaaien. Ook schreeuwde hij af en toe iets en greep naar zijn hoofd. We besloten toen toch maar even naar de volgende halte te lopen. Andere passagiers leken niet onder de indruk.
We aten Ramen bij Pine Street Market, een indoor foodcourt in het centrum. Daarna namen we de metro naar een ander gedeelte van de stad; dit zag er een stuk gezelliger uit. Er waren cafeetjes, restaurants en verschillende winkels. Bovendien waren er veel normale mensen op straat en bijna geen daklozen.
In heel Portland zagen we veel straatkunst en kleurrijke gebouwen. Ook op de straat waren vaak patronen geschilderd die met een paar paaltjes dienden als geΓ―mproviseerde stoepuitbreidingen.


Veel mensen zijn hier, inderdaad geheel volgens het motto, apart gekleed: gekleurd haar, witte sokken in sandalen, matjes en snorren, supervreemde kleren; het kan allemaal hier.
In dit gezellige wijkje dronken we een biertje bij een lokale brouwerij. Op de TV werd er rodeo uitgezonden. Mannen met helm en bescherming probeerden zo lang mogelijk op een stier te blijven zitten terwijl ze door hun team en fans met cowboyhoeden werden aangemoedigd. Na hun rondes maakten ze telkens een hele show van het juichen. Rare sport.
Op de terugweg kochten we nog vers brood bij de ambachtelijke bakker. We waren de laatste klanten, en ze gingen dicht. Een medewerker wilde niet wachten en de voordeur alvast afsluiten, we konden wel via de achterdeur eruit. Tijdens het betalen werd er, net als in Canada, om fooi gevraagd. Ro drukte op nee.
We reden richting de kust. Het weggetje met gratis kampeerplekken dat we eerst op het oog hadden was inmiddels afgesloten vanwege vandalisme. Er wordt helaas vaak veel afval achtergelaten op gratis slaap- en barbecueplekken in de natuur. Later zagen we een verkeersbord dat een camping aangaf, daar vonden we een simpele camping in het bos bij een beekje. Het was een mooi plekje achteraf, zonder internet of andere mensen.
