Whale watchen
🚐 2211 km 📍 Port Alberni, British Columbia, Canada


Vandaag wilden we gaan whale watchen. Het probleem is echter dat het weer slecht is en dat we het vrij kort dag hebben bepaald. We konden daarom geen online reserveringen meer maken. Daarom stonden we vanochtend vroeg (7:30) op om enkele touroperators te bellen.
De eerste in Ucluelet vertelde dat hij en alle andere touroperators in de buurt alles hadden geannuleerd de komende dagen vanwege het weer. Hij raadde ons aan om het in Tofino te proberen, waar iets meer beschutting van omliggende eilandjes is.
De eerste touroperator die we in Tofino belden vertelde ons dat het daar wel doorging. We moesten er echter wel rond 10:00 zijn en aangezien Tofino iets verder ligt dan Ucluelet, betekende dat we gelijk uit bed achter het stuur moesten kruipen om te gaan rijden.
We doorkruisten het eiland over relatief smalle en kronkelende weggetjes. Het was vrij rustig op de weg en gelukkig nog droog.

We kwamen in Tofino aan en parkeerden vlakbij de touroperator. Tofino zelf is een piepklein surfstadje waar 500 mensen wonen en volledig draait om het toerisme. Het is voornamelijk bekend om het surfen. Dit is ook de reden dat campingplaatsen er reteduur zijn. Een RV-plek met elektra en water was er €110 per nacht.
We gingen met een groep van zo'n 30 mensen aan boord van een overdekte motorboot. Wel zo fijn dachten we van tevoren gezien de weersvoorspellingen. Maar het weer bleek echter 's ochtends nog heel goed te zijn. De zon scheen en waaide licht.


De kapitein kreeg via de radio wat tips binnen en voer naar een plek waar al enkele andere boten lagen. Deze hadden zojuist een grijze walvis gezien, goede hoop dus dat ze straks weer boven zou komen. We wachtten een paar minuten en toen zagen we een kleine mistwolk opduiken boven het water op 100 meter van ons vandaan. Dit gebeurde nog een aantal keren; af en toe zag je ook het lichaam goed en de iconische staart zoals hieronder op de foto.

De walvis in kwestie was een bekende. Het ging hier om Orange Crush, of OC. Deze grijze walvis had haar naam te danken aan de oranje gloed om haar hoofd, die was ontstaan door verwondingen van parasieten en eendenmosselen. Het vrouwtje was zo'n 50 jaar oud en komt regelmatig in deze baai om te eten van april t/m november.
De grijze walvissen zijn bodemvoeders. Ze schrapen over de bodem met hun mond en filteren vervolgens allerlei kleine kreeftjes en ander bodemleven eruit.
We bleven een half uurtje op deze plek en zagen OC een stuk of tien keer boven komen tussen haar schraapsessies in.
Daarna zetten we koers naar een rotsformatie waar een kolonie zeehonden aan het zonnen waren. De zeehonden doen het liefst zo weinig mogelijk als ze niet bezig zijn met eten vangen. Des te meer energie ze besparen, des te meer vet ze hebben voor de winter.
De tijd vloog voorbij en het was inmiddels alweer tijd om richting de haven te gaan.
Ineens riep een van de gidsen: "Daar, een zeeleeuw, met een zalm in zijn mond!". De kapitein draaide om en stopte de boot. Twee zeeleeuwen hadden zojuist een zalm gevangen en waren hem samen aan het verorberen. Een grote groep meeuwen zwermde erboven en probeerde een graantje mee te pikken. Het schouwspel duurde nog geen minuut en we vervolgden onze weg.
Even later kwamen we grote groepen zeeotters tegen. We hadden eerder al een paar enkelingen gezien, maar nu waren het er wel een stuk of 20 bij elkaar. Sommigen doken weg onderwater, anderen staken juist hun kop omhoog om ons beter te bekijken. Tussendoor lagen ze vaak op hun rug relaxed te drijven met hun pootjes uit het water, heel schattig om te zien.
Kort daarna eindigde de tour.
We aten lunch in de camper en liepen nog een kort rondje door Tofino. Onderweg haalden we een koffie en een donut om weer wat op te warmen. Ondanks dat de zon scheen, was het met de wind wel fris op de boot.
Daarna reden we weer richting dezelfde camping als gisteren. Onderweg maakten we nog een stop bij een van de vele stranden. We zagen enkele surfers, veel aangespoeld zeewier en drijfhout op het strand. Het begon inmiddels ook steeds harder te regenen.

Toen we verder reden begon het echt te regenen en het bleef zo de rest van de dag. Ro kookte het avondeten en Ies lag op bed. Ze had hoofdpijn en voelde zich niet zo lekker.
De hoofdpijn werd alleen maar erger. We hadden geen aspirine bij ons en besloten het te kopen. Ro bedacht zich dat misschien de campingbeheerder wel iets zou hebben. Hij deed een hoofdlampje op, trok zijn regenjas aan en pakte de bearspray. Hij rende naar de ingang van het park, want daar stond de beheerder eerder, en riep "hey bear" om de zoveel meter. Helaas was de beheerder er nu niet.
Hij rende terug naar onze plek en startte de camper. We reden naar een tankstation 5 minuten verderop. Gelukkig hadden ze hier aspirines. Ies nam er twee en viel snel in slaap.
De volgende dag ging het gelukkig alweer beter.